Het Tech Sovereignty Package: Europees beleid met Nederlandse impact
Het bezoek van Wepublic aan SEC Newgate Brussel viel samen met de publicatie van het Tech Sovereignty Package, een nieuwe reeks maatregelen om de digitale autonomie en weerbaarheid van Europa te versterken. Met initiatieven op het gebied van onder meer chips, AI, cloud en open source wil de Commissie de afhankelijkheid van externe leveranciers verminderen en de technologische positie van de EU verstevigen. Het pakket markeert een belangrijke stap in de ambitie om Europa te ontwikkelen tot een zogeheten “AI-continent” en tegelijkertijd een meer duurzame en veilige digitale infrastructuur op te bouwen.
Steeds breder ontstaat het besef dat zowel overheden als grote Nederlandse bedrijven sterk afhankelijk zijn van Amerikaanse technologiebedrijven, zoals Microsoft en Google, voor hun dagelijkse digitale infrastructuur. Tegelijkertijd wordt duidelijker hoe kwetsbaar die afhankelijkheid kan zijn in het licht van geopolitieke spanningen en uiteenlopende juridische kaders. Zo leidde de voorgenomen overname van Solvinity, DigiD en Logius door een Amerikaans bedrijf tot politieke zorgen, waarbij de deal op het laatste moment werd tegengehouden. Daarom luidt de vraag, wat betekent dit Technology Package op korte termijn voor Nederland?
Chips Act 2.0
Onderdeel van het Tech Sovereignty Package is de Chips Act 2.0, die als doel heeft om vraag te creëren naar in Europa geproduceerde chips, de halfgeleiderindustrie te versterken en strategische afhankelijkheden te verminderen. Hier wordt ook specifiek ingezet op AI, omdat AI-gerelateerde componenten naar verwachting zo'n 70% van de groei naar een wereldwijde chipmarkt van €1,37 biljoen in 2030 voor hun rekening nemen.
ASML is de belangrijkste Nederlandse speler in de halfgeleiderindustrie. Voor ASML werkt het Tech Sovereignty-pakket echter niet direct maar indirect door: het bedrijf maakt zelf geen chips, maar de machines waarmee chips gemaakt worden, en profiteert dus pas wanneer het beleid de Europese vraag naar en productie van geavanceerde chips daadwerkelijk op gang brengt. Dat maakt het effect bovendien beperkt en geleidelijk, omdat de wet nog jaren van inwerkingtreding verwijderd is en ASML als wereldwijde marktleider zijn orders ook zonder Europees beleid binnenhaalt.
ASML-CEO Christophe Fouquet verwelkomde het pakket dan ook als een belangrijke stap voorwaarts voor het Europese technologie-ecosysteem. Desalniettemin waarschuwde hij ook voor het risico van overmatige bureaucratie en bemoeienis van de Commissie met strategische projecten, die zouden moeten aansluiten op de behoeften van de industrie zelf.
Cloud and AI Development Act
Naast de Chips Act 2.0 bevat het Tech Sovereignty Package ook de Cloud and AI Development Act (CADA), die zich richt op de laag boven de chips: de cloud- en AI-infrastructuur. Het doel is het Europese cloud- en AI-ecosysteem te versterken en de afhankelijkheid van Amerikaanse aanbieders terug te dringen, onder meer door de Europese datacentercapaciteit binnen vijf tot zeven jaar te verdrievoudigen.
Voor Nederland ligt dit gevoelig: het land is met de regio Amsterdam een van de grootste datacenterknooppunten van Europa, maar kampt met zware netcongestie. Hierdoor is het Nederlandse beleid juist terughoudend geworden. Sinds 2022 geldt een landelijk verbod op nieuwe hyperscale-datacenters, op enkele aangewezen locaties na, en Amsterdam zelf laat tot zeker 2030 geen nieuwe datacenters meer toe. Tegelijk investeert Nederland wél gericht in eigen, publieke AI-infrastructuur: de AI-fabriek in Groningen, een nationale hub met een supercomputer en een totale investering van €200 miljoen, deels gefinancierd uit het Europese EuroHPC-programma, sluit naadloos aan op de soevereiniteitsambitie van de CADA en moet vanaf 2027 op volle kracht draaien.
Open source strategy
Digitalisering in de energiesector
Kritieken
Het pakket stuitte binnen Nederland en Europa grofweg langs drie lijnen op kritiek. Vanuit het Europees Parlement klonk kritiek op het gebrek aan duurzaamheidseisen in het pakket. Daarnaast was er twijfel over de uitvoering: het voorgestelde soevereiniteitskader zou tot uiteenlopende aanpakken tussen lidstaten kunnen leiden. Daarnaast vonden sommige fracties juist dat het pakket niet ver genoeg ging. Tot slot waarschuwde de Europese industrie voor de bureaucratische last en pleitte zij, in plaats van permanente subsidies, voor betere randvoorwaarden zoals snellere vergunningen, gunstigere stroomprijzen en meer toegang tot kapitaal — een zorg die ASML-CEO Fouquet deelt met zijn waarschuwing tegen overmatige complexiteit en bemoeienis van de Commissie.
De Nederlandse reactie
Neem voor meer informatie contact op met onze collega Daan Wijnants ([email protected]).