Terug naar nieuws

Een nieuw midden met oude breuklijnen

De verkiezingen van 29 oktober 2025 markeren het einde van een onrustige periode in de Nederlandse politiek. Met de val van het kabinet-Schoof in juni en een campagne die vooral draaide om geloofwaardigheid, stond veel op het spel. De kiezer heeft voorzichtig gesproken: het politieke midden wint aan kracht, al blijven de breuklijnen diep en het vertrouwen broos.

Een verkiezingsuitslag van verschuiving, niet van schok

Volgens de voorlopige uitslag delen D66 en PVV de koppositie, gevolgd door VVD, GroenLinks-PvdA en een opvallend hersteld CDA. Onder leiding van Rob Jetten voerde D66 een optimistische en verbindende campagne die goed aansloeg bij twijfelende kiezers. De partij profiteerde van een kleine koerscorrectie naar rechts én het verlangen naar stabiliteit in de politiek.

De PVV verloor elf zetels maar blijft groot. Geert Wilders koos voor een lage zichtbaarheid tijdens de campagne en bleef geïsoleerd, nu vrijwel alle partijen samenwerking met hem uitsluiten. Toch behaalt de partij haar op één na beste uitslag ooit, een teken dat de onderstroom van onvrede nog altijd levend is.

De VVD hield de schade beperkt na een moeizame start, terwijl GroenLinks-PvdA licht verloor. De onmiddellijke terugtreding van Frans Timmermans bevestigt dat zijn persoonlijke aantrekkingskracht niet kon wedijveren met die van Jetten. Het CDA, onder Henri Bontenbal, herpakte zich spectaculair, al viel de eindsprint iets tegen door de Artikel 23-controverse.

Aan de flanken zien we winst voor JA21 en Forum voor Democratie, verlies voor BBB, en het definitieve einde van NSC. De SP zakt verder weg, terwijl kleinere partijen als DENK, PvdD, SGP en CU stabiel blijven. Kortom: Nederland koos niet voor revolutie, maar voor herverkaveling. De kiezer heeft de randen van het spectrum afgestraft en het midden opnieuw gewicht gegeven maar dat betekent niet dat het midden ook stabiel is.

Tot 76 tellen wordt nog lastig

Op basis van de voorlopige uitslag liggen verschillende coalities voor de hand, maar geen enkele is vanzelfsprekend.

Scenario 1: de brede centrumcoalitie
De meest kansrijke, maar tegelijk lastigste variant. Een combinatie van D66, VVD, CDA en GroenLinks-PvdA zou een ruime meerderheid bieden, maar politiek gezien is het een mijnenveld. De VVD-achterban blijft mordicus tegen samenwerking met GL-PvdA – 43 procent van de VVD-kiezers ziet dat niet zitten – terwijl D66 en CDA inhoudelijk nog moeten aftasten waar hun gedeelde midden precies ligt. Toch is dit het pad dat Jetten vermoedelijk als eerste zal verkennen.

Scenario 2: centrum-rechts
VVD, D66 en CDA vormen samen de natuurlijke kern van bestuurlijk Nederland. Maar zonder extra partner blijft een meerderheid buiten bereik. Een uitbreiding met BBB of de ChristenUnie ligt het meest voor de hand, al zou dat de coalitie log en kwetsbaar maken. De vraag is bovendien of D66 haar achterban meekrijgt bij deelname van BBB.

Scenario 3: rechts-conservatief
Geert Wilders zal ongetwijfeld proberen het initiatief te grijpen, maar de kans op succes is klein. VVD en CDA hebben samenwerking met de PVV uitgesloten. Zelfs met BBB en JA21 erbij blijft een meerderheid buiten bereik. Dit scenario lijkt dus vooral bedoeld om politieke ruimte te creëren, niet om te regeren.

Scenario 4: centrum-links
In theorie een optie, in de praktijk te krap. Zelfs met D66, GroenLinks-PvdA, CDA, SP, Volt, PvdD en CU komt het totaal niet boven de 74 zetels uit. Een samenwerking met DENK zou een meerderheid opleveren, maar is politiek volstrekt onwaarschijnlijk.

De conclusie is helder: het politieke midden is aan zet, maar het wordt nog lastig om ook tot goede afspraken te komen.

De formatie: traag, strategisch en transparant

De verkenningsfase start zodra de Kiesraad de uitslag op 7 november officieel vaststelt. Formeel ligt het initiatief bij de grootste partij – maar omdat D66 en PVV nagenoeg gelijk opgaan is het afwachten tot de definitief bekend is wie de grootste partij wordt. Wilders heeft al bij de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer aangedrongen om het kiezen van een verkenner uit te stellen totdat dit bekend is.

De komende weken verlopen volgens het bekende ritme:

  • 11 november: afscheid van de oude Kamer,
  • 12 november: installatie van de nieuwe Kamer,
  • 18 november: debat over de verkiezingsuitslag en aanstelling van de informateur.

Daarna volgt een fase waarin de informateur verschillende opties voor een coalitie in kaart brengt en een advies uitbrengt om tot een coalitie te komen. Daarna wordt er een formateur aangesteld die de daadwerkelijke onderhandelingen van de partijen tot een goed einde zal proberen te brengen.  De kans dat er vóór de kerst een kabinet staat, is klein. De formatie zal zich gezien de politieke verschillen eerder in etappes ontvouwen, met deelonderhandelingen over thema’s als migratie, wonen en klimaat.

Een opvallend detail: enkele ministeries die onder Schoof I zijn opgericht, staan weer ter discussie. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) zal vermoedelijk verdwijnen, terwijl Asiel en Migratie (A&M) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) waarschijnlijk blijven bestaan.

Wat betekent dit voor public affairs?

De komende weken zijn bepalend voor het beleid van de komende jaren. Terwijl partijen onderhandelen, wordt de basis gelegd voor het regeerakkoord – en dus voor de politieke prioriteiten waar beleid, lobby en communicatie op moeten aansluiten.

Voor organisaties betekent dit:

  1. Kaart het speelveld opnieuw. Nieuwe Kamerleden, fractiemedewerkers en stafchefs bepalen straks de toon.
  2. Werk met scenario’s. Bereid meerdere coalitievarianten voor en koppel beleidsvoornemens aan realistische combinaties van partijen.
  3. Actualiseer je kernboodschappen. Zorg dat ze passen binnen de prioriteiten van de onderhandelende partijen.
  4. Investeer in relaties. Wie nu al zichtbaar is als betrouwbare gesprekspartner, is straks relevant.
  5. Blijf zichtbaar. Gebruik de formatiefase om inhoudelijk aanwezig te blijven – met opinie, briefings en constructieve inbreng.

Tot slot

De uitslag van 2025 laat een paradox zien: stabiliteit lijkt terug, maar berust op een fragiel evenwicht. D66 en PVV delen de koppositie, maar hebben elk een ander Nederland voor ogen. De komende maanden zullen bepalen of het midden opnieuw de macht grijpt, of dat we richting een nieuw tijdperk van politieke instabiliteit gaan. Wat zeker is: de formatie wordt geen technische exercitie, maar een strijd om vertrouwen van Nederland terug te winnen.