Een kritische blik op het Hoofdlijnenakkoord

Tijdens het plenaire debat van gisteren over het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB werd een duidelijk beeld geschetst door de formerende partijen: met de vorming van een extraparlementair kabinet krijgt de Tweede Kamer meer regie en bewegingsruimte. De partijleiders blijven in de Kamer, terwijl 50% van de bewindspersonen van buiten de politiek komt. Dit biedt de Tweede Kamer de vrijheid om over onderwerpen buiten het hoofdlijnenakkoord initiatieven te starten en meerderheden te zoeken in wisselende samenstellingen. Maar zal dit in de praktijk écht zo zijn? Onze collega’s Aleid en Annemijn duiden in deze blog de dynamiek tussen het toekomstige kabinet en de Tweede Kamer.

Duidelijke afspraken over het financieel kader maar mogelijk meer ‘speelruimte’ voor  Tweede Kamer
De PVV, VVD, NSC en BBB willen een stabiele en voorspelbare overheid waarborgen, wat ook belangrijk is voor het vestigingsklimaat van Nederland.  Er zijn specifieke financiële afspraken gemaakt, zoals het streven naar een EMU-saldo van maximaal 2,8% BBP en een schuld onder de 60%. Dit zorgt voor een strakke begrotingsdiscipline waarbij tegenvallers  – bijvoorbeeld het niet succesvol verlagen van de Nederlandse afdracht aan de Europese begroting met 1,6 miljard euro per jaar (!) vanaf 2028 – direct gecorrigeerd moeten worden door bezuinigingen of niet-indexeren van uitgaven. De Tweede Kamer kan alvast gaan nadenken hoe deze tegenvaller van 1,6 miljard euro gecompenseerd gaat worden. Op dat moment wordt het spannend: houdt de nieuwe regering vast aan het extraparlementaire component, oftewel de Tweede Kamer is aan zet, of maken zij in de achterkamers alvast nieuwe afspraken om de oppositiepartijen de loef af te steken?

Aleid:  “De grootste ruimte om beleid te beïnvloeden bevindt zich over het algemeen bij de ministeries. Zodra een thema in de Tweede Kamer ligt, is de invloed vaak beperkt tot bijsturen. De rol van de Kamer kan nu veranderen doordat er meer vrijheid is om voorstellen uit te werken. Samenwerking tussen de partijen zal niet stoppen bij de grens van oppositie; ook een ‘regeringspartijen’ zullen maatregelen die zijn gesneuveld in de onderhandelingen graag naar met de oppositie opnieuw willen opvoeren. Zoeken naar een goede financiële dekking is daarbij cruciaal en zal dus ook in de lobby veel creativiteit vragen.”

Manoeuvreerruimte op thema’s met brede politieke consensus
Interessant is de nadruk op thema’s waar brede politieke consensus over de urgentie bestaat, zoals de woningbouwopgave en bestaanszekerheid. Deze onderwerpen worden door vrijwel alle partijen als belangrijk beschouwd, waardoor de kans groter is dat de oppositie met eigen initiatieven komt die regeringspartijen willen steunen. Ondanks de ideologische verschillen tussen partijen over de oplossingen, is het goed mogelijk dat de regeringspartijen ervoor kiezen elkaar op deze thema’s meer los te laten.

Annemijn: “De behoefte aan meer woningen en betaalbare huisvesting is een urgent probleem dat vrijwel alle fracties erkennen. Dit biedt een duidelijke kans voor zowel coalitie- als oppositiepartijen om gezamenlijk beleid te ontwikkelen en versneld door te voeren. Hetzelfde geldt voor bestaanszekerheid, waar breed gedragen maatregelen om armoede te verminderen en de koopkracht te verbeteren kunnen worden gerealiseerd. Door elkaar als regeringspartijen los te laten, ontstaat meer ruimte om hun verkiezingsbeloften waar te maken en tegelijkertijd te voldoen aan de brede wens van de maatschappij voor meer openbaar debat en beslissingsbevoegdheid in de Tweede Kamer.”

Het vervolg
Na het debat werd Richard van Zwol aangewezen als formateur, met de opdracht om binnen vijf weken een kabinet te vormen dat berust op het hoofdlijnenakkoord. De belangrijkste uitdaging is het vinden van een minister-president die de kabinetsploeg zal leiden.  Daarna zullen enkele maanden volgen waarin een uitgebreid regeringsprogramma door het kabinet wordt uitgewerkt.  Een aantal – met name fiscale – maatregelen moeten al in 2025 in werking treden, al is het alleen om de achterban tevreden te houden. Het Belastingplan zal dus een graag gelezen wet zijn dit jaar. In Den Haag zal het daarom deze zomer drukker zijn dan gebruikelijk.

Voor organisaties is dit een cruciaal moment om in gesprek te gaan over de uitwerking van beleid. Bij Wepublic bieden we strategisch advies en ondersteuning dit op de meest effectieve wijze te doen. Wil je hier meer over weten? Neem contact op met Annemijn.